Ziel op reis naar de aarde, ontmoeting in de Tussenruimte

Wat heb je nodig om naar de aarde te komen?

Meteen als ik deze vraag stel, sta ik in het voor mij zo bekende landschap. Hier ontmoette ik mijn eigen dochter, nog ver voor ze in mijn buik zat, en nog steeds kom ik er met regelmaat. Het landschap is heuvelachtig, groen en weids. Met beekjes en meertjes waarin helder water stroomt. Met bomen in bloei, knoppen aan de takken. Het gras ruikt heerlijk fris en de lucht hangt vol met… tja, hoe zal ik het noemen? Vol met hoop. Liefde. Verwachting. Het landschap noem ik ook wel de Tussenruimte, of… het Land van de Liefde. Het is de sfeer waar zielen zijn, voordat ze als mens incarneren in een lichaam op aarde.

Mijn aandacht wordt naar een beekje getrokken. Het is een wild stroompje, met veel stenen in het water die de stroming moeilijker maken. Het water spat alle kanten op. Aan de rand van de beek zie ik een ziel zitten. De ziel laat zich aan mij zien als een meisje van een jaar of zes. Ik loop naar haar toe en ga naast haar zitten. Ze kijkt me aan met grote bruingroene ogen en een blije glimlach. Dan verandert het meisje in een volwassen vrouw, met prachtig goudblond haar in krullen, en sproeten op haar wangen. Ze glimlacht naar me.

“Ik blijf nog heel even hier”, zegt ze, “voordat ik naar mijn ouders kan.” Ik knik begripvol. “Je hebt mijn gedachten en mijn vraag al geraden!”, zeg ik. De vrouw knikt liefdevol. “Maar…”, ga ik nieuwsgierig verder, “vertel eens, bedoel je: voordat je naar je ouders wílt of voordat je kúnt?” De vrouw kijkt serieus. “Voordat ik kán”, zegt ze dan zacht. “Ik wil het heus heel graag…” ze kijkt me aan met haar mooie heldere ogen. Ik leg mijn hand op haar onderarm. “Hoe komt het dat het nog niet lukt dan?”, vraag ik zachtjes. De vrouw haalt haar schouders op. Ze verandert weer in het meisje. “Dat komt omdat er nog niet genoeg ruimte is…”, zegt ze fluisterend. “Mijn moeder heeft nog wat dingen te doen voordat ik in haar lichaam kan landen.” Ze veegt een traan van haar wang, staat op en steekt één teen in de beek, om er dan voorzichtig met beide voeten in te stappen.

“Wat voor dingen dan?”, vraag ik vanaf de kant. Het meisje loopt door het water, voorzichtig balancerend tussen de stenen in het water en de stronken van de bomen naast het beekje.“Het heeft te maken met kinderen krijgen…!”, roept ze. Ik kijk haar vragend aan. “Wat bedoel je?, vraag ik. Ik ben gaan staan een leun tegen een boom. Het meisje staat stil en kijkt me serieus aan. “Papa en mama zijn op dit moment zó bezig met het maken van mij, dat ze vergeten dat het gaat om iets anders.” Ik haal mijn schouders op. “Om wat dan?”, vraag ik. “Het gaat om líefde Marieke!”. Het meisje zegt het vol vuur, met een serieuze blik in haar ogen. “Het maken van een kindje gaat niet alleen over spermacellen die hun weg zoeken en een eitje bevruchten. Het gaat over zoveel méér.” Ik knik. “Ja”, zeg ik, “dat weet ik wel”.“Mama en papa zijn zo bezig om de dagen te tellen, de weken bij te houden, de eisprong en weet ik veel wat nog meer.” Ze begint te lachen. Ik lach met haar mee. “Maar eigenlijk is er niet veel meer nodig dan dat ze gewoon plezier maken samen! Want als ze plezier maken, komen ze dichterbij mij en ik dichterbij hen.”

“Je bedoelt dat plezier maken hun trilling verhoogt? Of eigenlijk, de ruimte om te landen breder maakt?”, vraag ik. “Ja”, zegt het meisje, “dat bedoel ik ja. Mijn ouders zitten er zo bovenop, ze zetten de wekker om te vrijen. Dat is jammer, want ik kan alleen maar komen als er gewoon plezier is in het maken van mij.” “Hebben ze geen plezier dan als ze de wekker zetten om te vrijen?”, vraag ik. Het meisje schudt haar hoofd van nee. “Nee”, zegt ze. “Want ze weten waaróm de wekker gaat. Ze weten waaróm ze vrijen. Er zit een prestatiedrang achter, een moeten. En moeten, komt vaak voort uit angst. We moeten vrijen want anders missen we ons moment. Dat denken ze. En die gedachte komt voort uit angst.” Het meisje knikt naar het water. “Weet je Marieke, zo hoeft het niet te zijn. Juist als ze vrijen omdat ze van elkaar houden en er zin in hebben, is de ruimte om te landen voor mij groter. Breder.” “Dat snap ik”, zeg ik. “Maar wil je zelf eens uitleggen hoe dat zit met die ruimte?”

Het meisje knikt. Ze gaat bovenop een steen staan en wijst met haar armen. “Kijk. Dáár, is dit stroompje breed”. Ik kijk, en zie een brede rivier in de verte. “Hier voor ons, is het nog een beekje met stenen erin. We kunnen pas in een lichaam landen als de trilling van onze toekomstige ouders zó is, dat er genoeg ruimte is om te landen. Kijk, hier in dit beekje kun je niet varen in een boot, toch?” Ik kijk bedenkelijk om me heen en schud van nee. “Dat wordt moeilijk inderdaad”, zeg ik. “Maar dáár kan het wel”, zegt ze wijzend op de grote stroom. “Het is hier nog te vol met blokkades”, legt ze uit. Ze wijst op de stenen. Ik kijk haar vragend aan. “Daarmee bedoel ik dingen uit het verleden, overtuigingen die er nog zijn maar die ze mogen loslaten. Of emoties die er zijn, die nog niet aangekeken durven te worden. Dingen van vroeger, van dit leven van mijn ouders tot hun vorige levens, die ze niet meer nodig hebben maar er nog wel zijn. Die blokkades liggen nog in de weg.” Ik knik belangstellend. “Als die blokkades weg zijn, wordt dit beekje een rivier. En heeft een boot genoeg ruimte om te varen.” 

“Dus als jouw toekomstige ouders nog wat werken aan hun eigen stukken, komt er voor jou ook genoeg ruimte?” “Zo is het”, zegt het meisje. “Maar ik help hen wel hoor!”, roept ze enthousiast. “Ik help hen om de stappen te zetten die ze nog nodig hebben. Ik snap ook wel dat dat heus niet altijd makkelijk is. Daarom ben ik er ook. Ik help mama bijvoorbeeld om haar moeder te vergeven. Die was voor haar niet altijd even aanwezig toen mama klein was. En ik help papa om zijn hart te gaan geloven, om te gaan geloven wat hij voelt. Papa is heel gevoelig, hij zal mij later als ik er ben echt heeeeel erg kunnen helpen met de gevoeligheid die ik ook zal hebben.” Het meisje kijkt me blij en trots aan.

“En hoe doe je dat dan?, vraag ik, je ouders helpen vanuit deze plek?” Het meisje glimlacht geheimzinnig. “Dat doe ik door naast hen te gaan staan in de energie, en dingen in hun oor te fluisteren. Dat doe ik door hen de radio aan te laten zetten als er een liedje is dat ze moeten horen, als teken. Dat doe ik als ik hen in hun dromen opzoek. Dat doe ik als ze huilen of als ze lachen, als ze praten over mij maar ook als ze hun verdriet proberen weg te stoppen.”

Ze kijkt verlangend in de verte, naar de grote rivier voor haar. “Je wilt graag komen he?”, vraag ik. “Ja”, zegt het meisje zacht, “dat wil ik. Heel erg graag. Maar het gebeurt ook hoor. Ik weet dat mama en papa er bijna klaar voor zijn.” “Dus jij hebt niks nodig, behalve dat je ouders plezier gaan maken?” “Ja”, zegt het meisje. “Dat is wat ik nodig heb. Dan komt de rest vanzelf.”

Het meisje zakt door haar knieën, en graait met haar handjes in het water. Ze tilt een steen op, en gooit die aan de kant.“Zo”, zegt ze met een grijns. “Na het lezen van dit stukje heeft mama deze niet meer nodig. Zo gemakkelijk kan het soms gaan.” Ze klapt in haar handen en steekt haar armen dan blij in de lucht.

“Ik heb er zin in”, roept ze. “Ik heb er écht zin in!” Ik kijk naar haar en voel liefde en dankbaarheid. “Kom Marieke”, zegt ze, “kom je spelen?” Ik gooi mijn slippers aan de kant en stap het beekje in. “Pak me dan, als je kan!”, roept ze lachend. Ik ren door het water achter haar aan. Dan knuffelen we elkaar. En… kietelen we tot we beiden in het water vallen van het lachen.

Dit is een van de verhalen uit mijn nieuwe boek. Het verscheen eerder op Nieuwetijdskind Magazine.

Dit is een van de verhalen uit mijn nieuwe boek. Klik op de tag ‘Tussenruimte’ voor meer!

Geef een reactie