Ziel op reis naar de aarde, ontmoeting in de Tussenruimte #2

“Waar kom je vandaan?”

Meteen als ik deze vraag stel, zie ik een heleboel sterren. Ik herken dit beeld van toen ik een meisje was. Ik droomde toen vaak nachtenlang achter elkaar hetzelfde: dat ik door een soort donkere ruimte vloog die verlicht was met duizenden kleuren… ik voelde me dan gewichtloos, had ook geen lichaam… ik was gewoon kleur, en ruimte, en ik zag ook alleen maar kleur en ruimte. Destijds vond ik dat spannend, en ook een beetje gek. Ik werd ‘s ochtends wakker met heel veel vragen. En dan dacht ik: ik zal wel gedroomd hebben. En dan ging ik verder met de dag.

“Marieke!”, hoor ik een stem roepen, “hier ben ik!”
In de ruimte zie ik een kleurenbol naar me toe komen. Het draait en draait en beweegt in allerlei rondingen op me af. Na een tijdje blijft het stil voor me hangen en zie ik de bol van licht veranderen in een beeld. Het is een beeld van een meisje.


“Hier ben ik!” Ze lacht en laat zien wat ze allemaal voor kunsten kan daar in die lucht vol sterren. Ze buitelt van links naar rechts en maakt koprollen, rond en rond en rond. Ze schatert het uit. Ik lach met haar mee. Dan houdt ze stil voor mij en zucht eens diep.
“Dat was leuk!”, zegt ze.
“Waar zijn we?”, vraag ik.
“We zijn op de Pleiaden”, zegt het meisje. “We zijn hier als sterren aan de hemel, maar velen van ons splitsen zich af om naar de aarde te gaan.”
“Je bedoelt dat je een ster bent?” Ik kijk het meisje met grote ogen aan.
“Ja, dat ben ik. Maar dat ben jij ook! Als je alles goed gaat bekijken, en in gaat zoomen en gaat berekenen, dan zijn we allemaal gemaakt van sterrenstof.” Ze haalt haar schouders op, voor haar is dit blijkbaar de normaalste zaak van de wereld.
“Klopt het dat ik je daarom eerst als een bol van kleur en licht zag?”, vraag ik.
Ja, zegt het meisje. Ik wil het je nog wel eens laten zien hoor! Kijk!”
Ze neemt een aanloop en verandert dan met een grote sprong in de lucht van een meisje weer in een bol van kleur die meteen weer doorrolt en rolt, in de richting van andere bollen slierten van kleuren tot ik ze niet meer kan onderscheiden van de andere kleuren en slierten van licht. Ik kijk ademloos naar dit prachtige schouwspel. Dan ineens is daar het meisje weer.

“Tadaa!”, roept ze lachend. Ik schiet in de lach.
“Ik schrok van je!”, roep ik met een grijns.
“Dat is leuk he, gewoon lekker ronddartelen hier.”
“Dat lijkt me ook heerlijk”, zeg ik. “Ik doe zo dadelijk graag met je mee. Maar… mag ik je eerst nog wat vragen stellen?”
“Natuurlijk,” zegt het meisje. “Ik heet trouwens Dymfna.”
“Wat een mooie naam,” zeg ik. Het meisje knikt trots en blij.
“Maar zo heet ik niet als ik naar de aarde ga hoor!”, zegt ze met een glimlach.
“Ga je naar de aarde dan?”, vraag ik. Dymfna knikt van ja.
“Dat duurt nog even. De aarde is nog niet helemaal klaar voor mij.” Ze schatert nu weer. “Mijn ouders zijn zelf pas net geboren!”
Ik voel een tinteling over mijn rug. “Je bezorgt me kippenvel,” zeg ik liefdevol. Dymfna lacht.
“Ik weet het. Dat doe ik bij meer mensen. Ik ben hier om de aarde voor te bereiden. Ik help mensen zoals jij. Mensen die andere mensen helpen bij hun kinderwens. En mensen die andere mensen helpen te herinneren.”
“Kun je dat uitleggen?”, vraag ik.
“Natuurlijk.” Ze knikt kordaat en neemt me bij de hand. Dan glimlacht ze geheimzinnig en wijst ze in de verte.

“Kijk Marieke!” Ze wijst naar een heelal vol sterren, zoals wij die ook kennen als we vanaf de aarde naar de lucht kijken. Een soort dampkring van sterren, dat me doet denken aan de Melkweg, maar dan anders.
“We zijn met velen Marieke, met heel veel. En we zijn hier om jullie naar de volgende fase te helpen.”
“Volgende fase?”, vraag ik.
“Ja, de volgende fase. Het licht van jullie hart mag net zo gaan stralen als deze ster. Daar willen we jullie aan herinneren.” Ze wijst naar een bol in de verte, een mooie grote stralende ster zoals die eruit ziet als je vanaf de aarde naar de hemel kijkt.
“Dat is belangrijk. Dat jullie in jullie hart gaan voelen dat jullie dát licht ook in jullie hebben zitten. Nu weten veel mensen dat nog niet. Of beter gezegd, niet meer. Ze voelen zich angstig en gefrustreerd en bang. Dat snap ik ook wel, met wat er allemaal gebeurt op jullie aarde.”
“Maar hoe kunnen mensen zich dan richten op dat licht in hun hart als er alleen maar ellende om hun heen is?”
Dymfna zucht. Ze kijkt me zelfverzekerd aan. “Marieke, hoe heb jij dat geleerd?” Ze kijkt me liefdevol aan en ik voel eens in mezelf.
“Door te voelen. Door de pijn te voelen maar ervoor te kiezen dat niet anderen maar ík deze pijn kan transformeren. Dat ik daar verantwoordelijk voor ben. Dat ik daar voor mag kiezen. Door deze pijn aan te kijken en het los te leren laten. Door stil te gaan zitten en te luisteren naar mezelf. Door in mijn lijf te komen door yoga. Door plezier te maken en vooral naar mijn hart te luisteren.”
Zo is het, zegt Dymfna. Dat betekent niet dat iedereen het zo doet. Iedereen is anders en heeft zijn eigen manieren om het licht in hun hart weer te gaan herkennen. Maar één ding is vaak wel hetzelfde.
“En dat is?”, vraag ik.
“Dat het gepaard gaat met angst en verdriet. Dat de lichtjes er niet kunnen zijn zonder het donker. Sommige mensen kiezen ervoor om naar een psycholoog te gaan. Anderen kiezen ervoor om te gaan hardlopen of met een kopje thee hun verdriet met een vriendin te delen. Waar het uiteindelijk om draait, is om zelfliefde. Dáár zit de boodschap, het antwoord. Als je dat hebt, dan voel je alles veel helderder. Dan kun je zachtjes dat licht in je hart weer gaan voelen. En het donker ook omarmen!”

Ik kijk naar de sterren in de verte. Dan zie ik een vallende ster en krijg ik tranen in mijn ogen.
“Marieke, zegt Dymfna, daar gaat weer een ziel naar de aarde.” Ik glimlach. 
“Mooi dat je me het op deze manier laat zien,” zeg ik. Ik denk dat veel mensen hier iets aan hebben.”
“En anderen zullen het onzin vinden. Die zullen hun licht op een andere manier vinden.” Ik knik.
“Dat is waar, ik snap wat je bedoelt.”
“Marieke, jij hoeft niet de hele wereld te helpen herinneren. Er zijn zoveel manieren waarop dat gebeurt. En jouw manier is er een van.”
“Ik ben er dankbaar voor,” zeg ik.
“Dat voel ik,” zegt het meisje. Ze glimlacht. “Kom, genoeg gepraat. Ga je mee voelen?” Ik knik. Dymfna pakt mijn hand.

“We nemen een aanloop! Eén, twéé, drie!” We springen in de lucht en ik voel hoe ik licht word. En kleur. En hoe ik dartel, in het rond, zoals ik Dymfna net ook zag doen. Ik voel het, en ik voel hoe oneindig groot de ruimte om me heen is. Hoe oneindig groot ik ben. Samen met Dymfna, samen met alles en iedereen om me heen. En we juichen.

“Jihaaaaa!”

Dit is een van de verhalen uit mijn nieuwe boek. Klik op de tag ‘Tussenruimte’ voor meer!

Geef een reactie