Je eigen leven is perfect, ontmoeting in de tussenruimte #3

Weer sta ik in het weiland. Hier ontmoet ik zielen die op weg zijn naar de aarde. De ochtenddauw ligt als een zachte deken over de velden. Ik voel mijn voeten in het natte gras. Het ruikt fris en jong, en ik hoor vogels fluiten. Het klinkt hoopvol, heerlijk energiek.
“Wat voor afspraken heb je gemaakt voor je komende leven?”, vraag ik hardop. Dan verschijnt er een ziel die zich laat zien als een jongen van een jaar of 19. Hij ziet er blond en stoer uit, heeft sterke armen en een mooie lach. De jongen loopt naar me toe.

“Hallo,” zegt hij. Zijn glimlach verandert in een ernstige blik. “Ik ben Vic. Ik wil je vertellen hoe het zit met zielen die eens iets anders in hun leven nodig hebben dan liefde.” Ik kijk hem verbaasd aan en ga naast hem zitten in het gras.
“Heb jij geen liefde nodig dan?”
“Natuurlijk wel,” antwoordt hij, “maar om mijn levensdoel voor mijn komende leven te leven, mag mijn basis fragiel zijn. Wat ik wil namelijk is, dat ik leer om het heft in eigen handen te nemen. Om volledig zelfstandig mijn boontjes te leren doppen.”

Vic laat me een reeks aan beelden zien. Ik zie een prins die op een troon wordt toegewuifd met palmbladeren. Ik zie een beeld van een heel deftig kind in een pak met stropdasje, dat door een chauffeur wordt rondgereden. Ik zie beelden van kinderen die veilig zijn, en het goed hebben. Ik zie beelden van volwassenen met veel materiële rijkdom.

“Marieke,” zegt de jongen, “dat was een aantal van mijn vorige levens. Ik heb daarin vaak rijkdom gekend. Veel dingen werden voor me geregeld, en dat was prettig.” Dan laat hij me nog een beeld zien, van een soldaat in Vietnam. “Dat was ik ook, zegt hij. Ik werd erop uitgestuurd. Ik moest het leger in, maar was niks gewend. Kon niks en voelde me vreselijk. Ik stierf in de strijd.” Hij laat me een beeld zien waarin hij als soldaat op een boobytrap trapt. Vic kijkt me aan met een serieuze blik.

“Ik heb voor dit leven afgesproken dat ik wil leren om zelfstandig te zijn. Ik wil leren mijn eigen boontjes te doppen, in alle omstandigheden. En als ik dat geleerd heb, wil ik leren om liefde te ontvangen en te geven.”
“Bijzonder”, zeg ik. “Denk je dat je dat moet leren dan? Liefde geven en ontvangen?” De jongen schudt zijn hoofd. “Dat wil ik zo, zegt Vic. Ik wil graag leren hoe het is om vanuit eenzaamheid eerst zélf kracht te ervaren, en van daaruit mensen in mijn leven te leren ontvangen en lief te hebben. Ik begin bij mezelf en eindig in de wereld.”
“Maar hoe zit het dan met je ouders?”, vraag ik, “zijn die er niet voor je?”
Vic schudt zijn hoofd. “Nee,” zegt hij, “die zullen er niet zijn. Ik zal het je uitleggen.”

Hij neemt me mee naar een enorm gebouw. Er staat een man op en flat, die zich zo te zien naar beneden gaat storten.
“Dat is mijn vader,” zegt de jongen rustig. “Als ik geboren word, zal hij het lastig hebben. Hij voelt zich schuldig, en niet competent om voor mij te zorgen. Het lukt hem niet zijn baan te behouden. Hij wordt depressief en stort zich hier dan naar beneden.” Ik kijk Vic met grote ogen aan.
“Meen je dat?”, vraag ik. Ik voel een weerstand, alsof dit gewoon niet kán. De jongen kijkt me serieus aan. “Ik meen het, Marieke. Kom, ik laat je ook mijn moeder zien.”
Ik zie een beeld van een jong meisje, van een jaar of zestien. Ze zit nog op school, en is zwanger. Ze zit met haar dikke buik in de schoolbanken. “Dat is mijn biologische moeder. Ze is verkracht door de jongen die je net zag. Maar ze durft het niet te vertellen, haar ouders denken dat ze zelf onverstandig is geweest.” Ik schud van nee en sla mijn hand voor mijn mond.
“Dit meen je niet,” mompel ik.
“Marieke,” zegt de jongen rustig, “daar is niets aan te doen. Ze weet dat ik er binnenkort uitkom en dat ze me zal afstaan. Ik ga naar een pleeggezin en zal mijn ouders nooit meer ontmoeten.” Ik zucht even. Kijk dan naar de jongen.
“En vind je dat niet vreselijk?” Vic schudt van nee.
“Marieke, dit is wat mij de juiste voorwaarden schept voor dat wat ik in mijn komende leven wil ervaren. Dit is voor mij de perfecte basis voor mijn leven en de zieledoelen die ik in mijn leven wil leven en meesteren.”
“Meesteren?, vraag ik. “Meesteren ja. Zo noem je de doelen die je in je leven hebt gesteld en hebt geleerd, hebt ervaren. Het is een soort afvinklijstje: dit is klaar, op naar het volgende.”

Hij grinnikt. Ik zucht. “Jeetje zeg, ik weet dat ik de dingen die in mijn leven niet zo leuk zijn op een bepaalde manier zelf gekozen heb, maar dit is wel heel heftig!”
“Marieke, vanuit aards oogpunt is het heftig. We kennen hier geen dualiteit, en op aarde is dat er wel. Dualiteit is de tegenstrijdigheid van het zijn. Donker en licht, angst en liefde. Stoffelijk en niet stoffelijk. Alleen op aarde bestaan die tegenstellingen, dus moeten we naar de aarde om die tegenstellingen te ervaren.”

“Maar waarom zou iemand dat willen? Als je er ook voor kunt kiezen om lekker hier te blijven?” Ik wijs om me heen, naar het prachtige groene landschap. “Ik zou het wel weten,” zeg ik met een grijns. De jongen lacht.
“Dat zeg je nu wel, maar je weet dat het zo niet werkt. Hier kun je die zaken niet meesteren. Gewoon omdat ze hier niet bestaan. Daar is het leven op aarde voor. Als ziel wil je jezelf ontwikkelen, wil je groeien. Dat is nou eenmaal wat we willen. Vanuit aards perspectief zijn al die gebeurtenissen die ik hier gekozen heb, vreselijk. Maar voor mij, vanuit hier gezien, is het prima. Ik kies voor deze basis, juist omdat ik een wankele basis nodig heb. Begrijp je?”

Ik voel even. “Ja, ik begrijp het wel,” zeg ik. “Maar snap je ook dat dit voor ons op aarde eigenlijk niet te bevatten is? Dat kunnen we gewoon niet geloven, dat mensen zelf ooit, gekozen hebben voor een leven als vluchteling of als kind van een verkrachter. Het roept enorm veel weerstand op.”
“Toch is het zo Marieke. Dat is voor jullie niet te bevatten, maar voor ons heel normaal.”

“Hoe komt het dat we dit allemaal vergeten dan?”, vraag ik. “Het zou een stuk gemakkelijker zijn…” De jongen slaat zijn arm om mij heen. “Dat komt door de sluier van vergetelheid die over ons heen valt zodra we geboren worden. Ineens lijkt de wereld waar we eerst waren, deze plek dus, niet meer te bestaan. In het begin is het contact nog duidelijk en helder, maar hoe ouder je wordt, hoe minder duidelijk je je er nog mee kunt verbinden. En dat is de bedoeling ook, omdat je anders je leven niet kunt leven zoals het de bedoeling is.” Ik knik.
“Ik begrijp het wel, maar vind het ook lastig”, zeg ik.
“Dat snap ik wel. Maar Marieke, je zag net de beelden van mijn vorige levens he? Vaak had ik het goed. Het ontbrak me aan niks. En nu is het daarom tijd om een andere kant mee te gaan maken.”

Vic pakt mijn hand. Voor ons ontstaat een soort klassiek gebouw, het voelt als een gebouw met heel veel wijsheid, een universiteitsgebouw. En het is er groot. De jongen loopt voor me, de trappen op. Hij wenkt me.
“Kom Marieke, ik laat je iets zien.” Dan staan we in een enorme bibliotheek.
“Waar zijn we?”, vraag ik. Overal waar ik kijk zie ik boeken, planken vol boeken, oude boeken, nieuwe boeken, dikke boeken, dunne boeken. “Dit is een plek waarin je je leven kunt kiezen. Pak maar eens een boek.”

Ik pak een boek uit de kast, maar zodra ik het in mijn handen heb, zie ik dat er geen bladzijden in zitten, maar dat er energie in zit. Ik kijk naar beelden van een man in een Middeleeuwse setting, een man die als slaaf werkt bij een rijke landheer.
“Dat Marieke, zegt de jongen, is ook niet zo’n lekker leven. Die had ik dus ook kunnen kiezen. Bekijk nog eens wat!” Vic wordt enthousiast, en samen kijken we in de boeken die stuk voor stuk beelden laten zien van mensen. In verschillende tijden, verschillende sociale klassen. Verschillende landen. Ik zie een beeld van een Joodse onderduiker. Ik zie een beeld van een jongen die verdrinkt in zee. Ik zie een beeld van een Syrische vluchteling. Ik kijk Vic bang aan en schudt nee.

Hij pakt mijn handen, en kijkt me doordringend aan.
“Marieke, dit is wat het is. Dit is het, simpel uitgelegd. We maken de keuze niet zomaar. Voor we aan een nieuw leven beginnen, praten we hierover met onze gidsen en begeleiders, onze leraren. We maken keuzes met leden uit onze zielenfamilie, met anderen om ons heen. We gaan niet over een nacht ijs, maar we maken het ook niet ingewikkelder dan het is. Het is namelijk gewoon een nieuw leven op aarde, een nieuwe incarnatie die we kiezen.”
“Maar waarom kies je dan niet voor het leven in de Middeleeuwen?, vraag ik. Vic glimlacht.
“Marieke, ik wil graag bepaalde basisvoorwaarden in mijn leven. De mensen in de Middeleeuwen zijn lang niet zo ver ontwikkeld als de mensen van nu. Ik wil juist leven in een tijd waarin mensen leren dat het leven anders in elkaar zit dan ze denken. Ik wil juist leren in een tijd waarin wetenschap nieuwe dingen gaat bewijzen die te maken hebben met energie, met leven na de dood, met leven na een leven. Ik wil in deze tijd komen, omdat ik dat graag wil meemaken. En eraan wil bijdragen. Niet om in de Middeleeuwen op mijn knieën rond te moeten kruipen voor een rijke landheer, met alle dogma’s van die tijd.”

Ik zucht eens diep. “Ik snap je wel, maar toch… ik ben blij dat ik niet in jouw schoenen sta.” De jongen glimlacht en slaat zijn arm om me heen.
“Kijk, hier ga ik naartoe.” Ik zie een beeld van een pleeggezin, met veel kinderen.
“Hier kom ik terecht na mijn geboorte. Maar na een tijdje zal dit gezin uit elkaar vallen, omdat mijn pleegouders uit elkaar gaan. Ik zal tot ik volwassen ben van pleeggezin naar pleeggezin gaan. Daarna ga ik op mezelf wonen en begin ik een biologische boerderij met geiten.” Vic kijkt trots. Ik zie een beeld van een sterke Australische jonge boer die bezig is een afrastering te timmeren.

“Denk je dat jij gemakkelijk bij dit einddoel zal komen? Staat het vast hoe je daar komt en wanneer?”, vraag ik. Vic schudt zijn hoofd.
“Nee Marieke, dat staat niet vast. Er zijn bepaalde piketpaaltjes die vaststaan. Maar ik mag zelf bepalen hoe ik van paaltje naar paaltje wandel. Ik kan ook enorm in de weerstand gaan tegen mijn pleegouders, ik kan hen de schuld geven van alles. Ik kan op zoek naar mijn biologische moeder. Ik kan er dan achter komen dat mijn vader dood is, en ik kan daar haar dan de schuld van geven. Ik kan dat allemaal doen. Of niet. Ik kan zelf kiezen. Als ik uiteindelijk maar bij het volgende paaltje kom, linksom of rechtsom.”

“Dus… je hebt wel zin in je nieuwe leven?,” vraag ik voorzichtig. Vic knikt enthousiast van ja.
“Mijn nieuwe leven heeft me zoveel te bieden. Zoveel kansen die ik eerder nog niet had. Ik heb er daarom zin in. Als ik straks alles ben vergeten, zal het heus ook lastig zijn. Maar het komt goed. Ik ben dankbaar naar mijn biologische ouders en mijn pleegouders dat ze mij deze ervaring willen geven. En ik ben dankbaar naar de mensen om me heen die met mij zullen leven.”

“Ik ben dankbaar dat je me dit wilde vertellen Vic,” zegt ik. We geven elkaar een knuffel. Ik voel de sterke armen om mij heen, de kracht in deze ziel. En meteen ook de kracht in mezelf.

4 Replies to “Je eigen leven is perfect, ontmoeting in de tussenruimte #3”

  1. Wat een prachtige ervaring die je deelt Marieke 😌 en hoe kloppend voelt dit zeg…. en blij dat ik voor een leven vanuit gemak gekozen heb deze keer…enne ik hoop eigenlijk dat ik de minder makkelijke al gemeesterd heb, Jij niet?
    Veel liefs en dank voor het delen met ons!
    Dikke knuffels Karin

    1. dankjewel voor je reactie Karin. Inderdaad, dat hoop ik ook. Veel liefs voor jou ook! <3

  2. Prachtig Marieke, op het juiste moment gelezen…💙

    1. fijn Sandra <3

Geef een reactie