De rotonde af, je kind tegemoet; ontmoeting in de tussenruimte #4

Weer sta ik in dat weiland. Het ruikt er fris en liefdevol, vol hoop en verwachting. Het is de plek waar zielen zijn, voor ze hun reis naar de aarde maken om te landen in hun moeders buik. Meteen voel ik dat er een ziel mijn aandacht vraagt. Hij laat zich zien als een jongetje van een jaar of zes.

“Wat ik nodig heb… is dat papa en mama dingen doen die ze willen en daar eerlijk over zijn.”
Hij zegt het duidelijk, maar ook ernstig. Ik kijk de jongen onderzoekend aan.
“Doen je ouders dat nog niet?,” vraag ik. Het jongetje schudt ernstig van nee. “Nog niet helemaal. Omdat ze hun gevoelens niet durven volgen, en hun emoties negeren.” Het jongetje kijkt me aan met betraande ogen.
“Mama negeert het gevoel dat elke keer om aandacht vraagt. Ze focust zich zó op mij: op als ik er ben. Want dán pas kan ze écht gelukkig zijn. Maar Marieke, weer je wat het is? Ik wacht hier op haar! Op haar levenspad!”

Ik kijk om me heen, naar het bankje waar de jongen op zit. Het is een bankje aan de rand van het weiland, met achter het bankje bos en heide. Er lopen twee paden vlak naast elkaar in de richting van het bankje, waar ze elkaar kruisen op een open plek.
“Papa en mama hoeven alleen maar hun levenspad te volgen dan komen ze me vanzelf tegen.” Hij haalt zijn schouders op, alsof het heel gemakkelijk is.
“Dat klinkt wel heel gemakkelijk,” zeg ik, “maar dat is het echt niet op aarde!”
De jongen knikt. “Dat weet ik, dat merk ik wel. Maar wat ik bedoel is dat doordat papa en mama zó gefocust zijn op mij en het feit dat ik er nog niet ben, ze juíst hun levenspad niet lopen. En het dus langer duurt voordat ik kan komen.” De jongen kijkt verdrietig.

Hij laat me een beeld zien van een rotonde. Een stedelijk landschap, een rotonde met veel mensen erop, een slagboom en verkeer. Ik zie een man en een vrouw lopen, met een ernstige blik in hun ogen.

“Marieke, ik ben niet de enige die zit te wachten. Er zijn heel veel zielen die naar de aarde willen komen. Maar papa en mama vergeten één ding. Dat ze samen hun pad , stap voor stap mogen bewandelen. Alleen dan komen ze op de plek waar ze mij ontmoeten. Nu proberen ze alle stappen die ze ook nog mogen zetten, over te slaan. Ze proberen een afslag te nemen naar mij, een die sneller gaat dan hun eigen levenspad. Dat zorgt ervoor dat mama elke keer weer hier terecht komt. Op deze rotonde.”

De jongen kijkt verdrietig. Dan gaat hij verder. “Mama voelt dat ze verdriet heeft om opa. En met dat verdriet, doet ze niet zoveel. Omdat ze zich zo focust op mij. Maar met dat verdriet om opa mag ze éérst iets doen, omdat dat een stapje is die ze mag nemen. Het is namelijk een heel belangrijke stap op haar levenspad! Een die ze nodig heeft om verder te komen, om ook echt die moeder te worden die ze wil zijn voor mij.” De jongen is duidelijk en eerlijk, een beetje wanhopig ook, lijkt het.

“Ze blijft het stapje maar negeren Marieke, en daardoor komt ze niet dichterbij mij.”
De jongen huilt nu. Ik leg mijn arm om hem heen. “Ik weet ook niet of ze er ooit gaat komen op deze manier,” snift hij. Ik houd hem vast, wieg hem zachtjes heen en weer en laat hem huilen.
“Wat zou je tegen je moeder willen zeggen nu?”, vraag ik. De jongen veegt zijn neus af aan zijn arm en kijkt me aan met een voorzichtige glimlach.
“Ik zou willen dat ze opa vertelt over mij. Dat ze vertelt dat ze mij graag wil. Maar dat ze ook verdriet heeft om opa. Dat ze die twee dingen soms moeilijk vindt naast elkaar. Dat ze mijn opa niet met haar verdriet wil opzadelen.” De jongen kijkt me met grote ogen aan. “Ze wil hem niet nog meer belasten, maar die keuze maakt ze uit angst. Het heeft te maken met vorige levens en karma. En daarom is het zo moeilijk. Maar als ze het probeert en doet, dan is ze er overheen, dan heeft ze alweer één stapje genomen!” Er komt weer hoop in de ogen van de jongen.

“Dus het zou juist een opening naar jou kunnen zijn als ze met haar vader praat?”, vraag ik.
De jongen knikt van ja. “Ja Marieke, zo is het, ja! Het is een opening van haar eigen hart, voor haar hart en haar wens en hoe die twee in balans mogen komen. Maar het is ook een opening voor opa, om verder te komen. Opa en mama hebben juist de afspraak los te komen van elkaar, in liefde en vertrouwen. Maar zo lang mama die grootste wens dus niet durft te delen… en eigenlijk  niet eerlijk is… leeft ze die afspraak dus niet… en blijft ze hier rondjes lopen.”

De jongen kijkt moedeloos. “Dus,” zeg ik, “als ik het goed begrijp is het juist nodig voor je moeder dat ze haar zorgen uit tegenover je opa?” “Dat is het inderdaad,” zegt de jongen. “Mama mag het proberen. Ze mag gaan ervaren dat ze gewoon zichzelf mag zijn, met haar verdriet én haar kinderwens. Ze stopt haar verdriet zo weg, omdat ze denkt dat ze voor opa moet blijven zorgen. Omdat ze denkt dat ze op deze manier voor hem zorgt.” De jongen schudt zijn hoofd. “Marieke, ze doet net alsof het een zonde is, dat het nu niet lukt om kinderen te krijgen. Maar dat is het niet! Ze kán wel kinderen krijgen!”

“Hoe komt het dan dat jij nog niet in haar buik zit?”, vraag ik rustig. De jongen knikt en zucht.
“Het heeft ermee te maken dat ze de ervaringen die ze wilde opdoen vóór ze zwanger zou worden van mij, nog niet heeft ervaren. Dáár heeft het mee te maken! Ze is bang om anderen, en vooral opa, pijn te doen, nog meer zorgen te geven.” Hij laat me weer het beeld zien van haar ouders op de rotonde, en hij die even verderop in het bos op hen zit te wachten. De jongen zucht. Ik leg nog eens mijn arm om hem heen. Zo kijken we even naar het beeld van de rotonde.

“Lieve jongen, wat als je mama rondjes blijft lopen en deze ervaring niet zal krijgen?”
De jongen haalt zijn schouders op en kijkt me verdrietig aan. “Dan heb ik verschillende keuzes. Op een gegeven moment bespreken papa, mama en ik samen in de droomsfeer of een zwangerschap nog doorgaat, of niet. Die keuze mogen we dan, in overleg maken. Als mama ervoor kiest de ervaringen die vóór haar zwangerschap liggen, niet te willen ervaren, omdat ze er in haar aardse leven écht bang voor is en ze ze niet wil meesteren, dan zal ze in de rest van haar leven soortgelijke situaties tegenkomen waarin ze deze ervaring toch kan meesteren. Maar dan kan ik niet komen…”

De jongen valt stil. Ik kijk hem serieus aan. “En wat gebeurt er dan met jou?”, vraag ik rustig. “Ik blijf dan hier, in de tussenruimte. Om vanuit hier dicht bij mijn ouders te kunnen zijn. Of…”, gaat hij geheimzinnig verder, “ik kom als een ander kind dichtbij papa en mama. Als een speciaal neefje of nichtje bijvoorbeeld.” De jongen kijkt me aan en springt dan op van het bankje.

“Maar zover is het nog niet! Mama heeft nog kansen. En nu ze dit gelezen heeft, zal ze hopelijk haar rondjes stoppen, en gewoon wél haar afslag nemen. De afslag die ze mag nemen, waar ik op haar sta te wachten.” De jongen zwaait enthousiast met zijn armen. Hij ziet er sterk en weerbaar uit.

“Ik help mama met haar ervaringen. Ik ben erbij om haar te steunen! Als ze mij er om vraagt, dan help ik.”
“Wat zou ze je kunnen vragen dan?”, vraag ik de jongen.
“Nou,” zegt hij, “alles wat ze moeilijk vindt, of spannend. Bijvoorbeeld: creëer voor mij een mogelijkheid om met papa over jou te praten. Of: geef me de moed met de mensen om mij heen mijn kinderwens te delen.”

Ik knik. Voel dat deze vragen al heel wat ruimte geven. “Ik help haar, net als al die lichtwezens om haar heen. Weet je, mama kan zoveel, ze is zó gevoelig! Maar ze is er een beetje bang voor. Dat heeft ook met vorige levens te maken. Dat komt later wel een keer aan de orde, als een volgend stapje op haar pad. Maar voor nu mag ze méér gaan praten over mij. Niet alleen met papa, maar ook met andere mensen om haar heen.”

“Het lijkt alsof er een taboe rust op het niet gemakkelijk kunnen krijgen van kinderen, zeg ik. Zijn er meer zielen die het nodig hebben dat hun ouders gaan praten, delen, uiten? Omdat dát een piketpaaltje is in hun leven? Een ervaring die ze juist willen ervaren?”

De jongen staat op en doet een stapje opzij. Achter hem zie ik heel veel zielen staan die allemaal hun hand opsteken. Ik krijg er tranen van in mijn ogen. “Maar ze zijn er zo bang voor om het aan te gaan…”, zeg ik zacht. De jongen knikt van ja. “Maar Marieke, dat is allemaal angst. Ze zijn allemaal vergeten dat het een laagje is dat op hun is geplakt. Ze identificeren zich ermee, ze denken dat ze die pijn of angst zíjn. Maar dat is natuurlijk niet zo. Ze zíjn die pijn en angst niet, die vóelen ze alleen. En waarom voelen ze die? Omdat het de bedoeling is dat ze deze emoties gaan voelen, gaan ervaren, gaan meesteren! Omdat ze ooit hier, in de tussenruimte, de afspraak gemaakt hebben dat ze die ervaring willen meesteren, willen hebben, willen leren. Om als ziel te groeien.”

De jongen staat nu op het bankje en praat met grote armbewegingen. Hij ziet eruit als een wijze, oude ziel. Een jongen die weet wat hij wil en wie hij is. “Mama kan nu weer een laagje afpellen. En een stapje in mijn richting doen. Ze komt steeds dichterbij mij, ik help haar. Met alle liefde die ik in me heb.”

De jongen legt liefdevol zijn handen op zijn hart. Hij kijkt me aan met grote, indringende ogen. Dan zie ik hoe zijn hart oplicht. Hoe het licht dáár in zit. Hoe het groter en groter wordt, tot de jongen één en al Licht is. Ik zucht bij het zien van dit prachtige beeld, adem langzaam uit. “Dankjewel voor deze mooie boodschap,” zeg ik, en ik vouw mijn handen in zijn richting.

Dan zie ik hoe de man en vrouw stoppen op de rotonde. Naar elkaar kijken, en de afslag nemen.

 

2 Replies to “De rotonde af, je kind tegemoet; ontmoeting in de tussenruimte #4”

  1. Wauw wat mooi opgeschreven. Het leven lijkt zo mooi in elkaar te steken. Je hebt een keus in alles wat je doet, afspraken die jezelf gemaakt hebt zijn altijd weer anders in te vullen.
    Een levenspad is de moeite waard om gelopen te worden. Ik word er blij van.
    Lieve groetjes ellen

  2. Oh, Marieke dit is zo mooi! Wat heb je bijzondere informatie te horen/zien/voelen gekregen!

Geef een reactie