De shit en de glory, het juichen en het janken

Ik kan het, ik kan het, ik kan het. Ik wil het, ik wil het, ik wil het. Een jaar of tien geleden liep ik op dat mantra door de bergen van Zuid Australië. Ik geloofde nog niet heel erg wat ik zei, en wist ook totaal niet wát ik dan eigenlijk zou willen of kunnen… ik zat midden in mijn zoektocht naar zinvol leven en mijn levensvragen ‘Wie ben ik?’ en ‘Wat doe ik hier?’ waren nog lang niet beantwoord. Ik kan het ik kan het ik kan het, terwijl het zweet van mijn lijf gutste en ik enorme blaren op mijn voeten liep. En ik bovenaan de berg uitgeput op adem moest komen.

‘Wie ben ik?’ en ‘Wat doe ik hier?’ blijven inspirerende vragen voor mij

Een tijdje terug wandelde ik door het bos. Van een kleine afstand kan ik details goed zien en bevoelen. Ik zie meer vogels, bloemen en bijzondere lichtinvallen. Als ik wandel, voelt dat ook vaak als de diepte ingaan met mezelf. Dicht bij mezelf voel ik wijsheid, waarheid. Antwoorden.

Ik recht mijn rug, zet mijn stappen. ‘Wie ben ik’ en ‘Wat doe ik hier’ blijven inspirerende vragen. In mijn ooghoek zie ik een buizerd vliegen. Een buizerd op mijn pad is voor mij een teken dat ik gesteund word. Dat ik op de goede weg ben, of dat ik aandacht mag schenken aan mijzelf. Ik voel dat er iets in beweging is. In mij, binnen mijn bedrijf, binnen mij als vrouw en mijn manier van in het leven staan. Ik ben klaar om een grote stap voorwaarts te doen. Want dat is wat ik wil, altijd. Vóóruit. Beter, hoger, meer. Ik kan het, ik kan het, ik kan het. Ik wil het, ik wil het, ik wil het. Voorwaarts, mars.

Een paar weken geleden was ik moe. Ik was zo bezig met lopen op mijn pad en vooruitgang, dat ik er helemaal klaar mee was. Ik had even over het hoofd gezien dat er overal langs de kant van de weg mooie bankjes stonden waar ik even uit had kunnen rusten. Dat er in plaats van alleen details, ook vergezichten waren waar ik best even van had mogen genieten. Ik was even vergeten dat ik emmers meedroeg, die aan alle kanten overliepen. Dat het water tegen mijn benen klotste, en over mijn voeten, en ik steeds minder gemakkelijk liep.

Mijn mantra was moe, moe, moe, en pijn, pijn, pijn. Ik was de vleesgeworden chaos en mislukking en kon alleen nog maar huilen. Even raakte ik in paniek, want dit gevoel herkende ik, van twintig jaar geleden, toen ik als puber depressief was en me geen raad wist met mijn leven en mezelf en ongelukkig in het bos sigaretten zat te roken die ik niet eens lekker vond.

Meteen was ik geneigd van het gevoel weg te gaan. Niet door het gevoel te negeren, maar juist door erin te duiken. Juist door te voelen en luisteren waarom het zich aandiende, en waar het in mocht transformeren. Zoals ik altijd doe. Omdat ik altijd dóór wil. Om er daarna flink wat positieve affirmaties tegenaan te knallen. Want dat mijn gedachten mijn realiteit maken, dat weet ik inmiddels.

Maar jee, wat had ik daar dit keer géén zin in. Ik was er zó klaar mee, met inzoomen op de details. Ik was er zó klaar mee, met luisteren en graven en nog meer inzoomen, ik kan het ik kan het ik kan het. Ik wil het ik wil het ik wil het. Perfectie nastrevend, tot in het diepst van mijn zijn, altijd beter, hoger, meer, die berg op, snakkend naar lucht.

Dus liet ik het zo. Ik huilde en huilde, en dook terug in bed. De dag gleed voorbij. Ik zakte weg in verdriet, en staarde weer uit het raam. Een hartjeswolk gleed voorbij en ik voelde: het is goed zo. Ik kan niets anders dan de vermoeidheid de ruimte geven. Kan niets anders dan het gewoon maar even zo laten.

Mijn tranen wilden niet weggepoetst worden, mijn pijn niet verzacht…

De volgende dagen voelde ik nog steeds verdriet. Ik was klaar met huilen, maar in mijzelf zat zwaarte. Mijn lijf deed pijn en ik wist wat de boodschap was. Mijn tranen wilden helemaal niet weggepoetst worden. Mijn pijn wilde niet verzacht… Het wilde gewoon dat ik het zag, aankeek, omarmde, en het liet zijn.

Ik zette mijn tocht door, dit keer op de fiets. Als ik fiets, heb ik meer overzicht. Ik zie hoe een landschap zich ontvouwt en hoe het verbonden is met aangrenzende dorpen en steden. In mezelf ervaar ik berusting. Ik voel verbanden van de eerder opgevallen details. Ik koppel ervaringen en dromen aan elkaar en dat gaat moeiteloos. Ik voel een algemeen Zijn, een beweging die simpel is en gemakkelijk gaat. Als vanzelf, in flow en windkracht mee.

En dat is wat het is. Na het zitten op het bankje zag ik het vergezicht. Ik zag waar ik zat, en dat dat helemaal oké was. Ik zag ook waar ik heen mocht, en ik voelde het verlangen kriebelen. Ik zat daar, met alles wat ik ben. Met mijn pijn en verdriet, met mijn verlangen en mijn dromen. Met mijn chagrijnige preek op de kinderen en mijn gemopper op mijn lief. Met het zielsveel van hen houden. Met mijn aandacht voor iedereen en alles om mij heen, en mijn even geen zin hebben in groeien naar mezelf.

En ik voelde me heel.

Later. Ik rijd in de auto op weg naar mijn ouders om mijn dochter op te halen. Ik neem mijn favoriete route binnendoor. In de auto is het vaak duidelijk wat mijn doel is en waar ik heen wil. Ik kom snel op de plaats van bestemming. Alleen slingerende landweggetjes hebben nog wel wat van fietsen weg, daarom houd ik er zo van.

Dus ik zit in de auto en zing mee met een cd die overslaat op iedere hobbel. Met een irritant langzame auto voor me. De blijdschap en frustratie. Het licht, en de zwaarte. Het mooie lied en de kras op de cd. Het heerlijke zingen, en mijn niet zo toonvaste stem. De mooie slingerwegen en de irritante auto voor me.

De shit en de glory, alles hoort erbij

Een buizerd vliegt rakelings langs mijn raam, een meter of twintig met me mee. Ik slik, dank hem dat hij er is en vlieg even met hem mee de lucht in. Ineens zie ik dat wat ik eigenlijk al lang weet. Het liefdevol op schoot nemen van mijn imperfectie geeft me dit gevoel van vrijheid. Geeft me de doorbraak die ik eigenlijk niet meer zocht. Het zwaar en het licht, de shit en de glory, het juichen en het janken. Dat alles is wie ik ben en wat mij waardevol maakt. In mijn werk, mijn rol als moeder, mijn leven als vrouw in deze maatschappij. Perfect imperfect.

Ik dank de buizerd, dat hij er is. En mezelf, dat ik er mag zijn.

Ik ben er ik ben er ik ben er. In dit moment. Helemaal. Voor nu.

Wat doe jij als je je klote voelt? Ga je voelen waar het mee te maken heeft of duw je het weg? Geef je de buitenwereld de schuld, of anderen? Of weet je dat je zelf de verantwoordelijkheid over je leven hebt en draag je die ook?

Ook even niks doen is verantwoordelijkheid nemen. Ook even niet weten wat te doen is oké. Het gaat erom dat je eerlijk durft te zijn naar jezelf en dat je jezelf vanuit liefde voor jezelf dát geeft wat je nodig hebt in het moment. Dat kan dus slaap zijn, of even een dagje vrij. Een uurtje de stad in of een avondje liggen in bad met een boek. Even stoppen met werken aan mezelf, was het in dit geval voor mij. Even naar buiten, wandelen in het bos, fietsen naar de stad, even tijd voor mezelf. Waardoor het kwartje juíst viel. Had het niet werken aan mezelf toch nog een positieve uitwerking 😉. En geloof me, daarna hingen meteen weer nieuwe kwartjes in de lucht, klaar om te vallen. Want zo gaat dat nou eenmaal.

Hoe zit dat bij jou? Voel eens in jezelf. Wat heb jij nodig? Waar probeer jij van weg te kijken of juist met sturm und drang naartoe te bewegen of te doorbreken? En voelt dat oké voor je? Is het de tijd ervoor? Voel je je er fijn bij? Wat zou je anders kunnen doen? Of anders kunnen denken?

#voeleensinjezelf #leveningoud #eerlijkheid #imperfectie #alleshoorterbij #wathebjijnunodig #levenvanuitjehart #windkrachtmee