Wat je van een kind kunt leren #1

Met volle aandacht vist hij de maïskorrels van zijn zelf versierde pizza. Een voor een stopt hij ze in zijn mond, terwijl hij de overgebleven kleurige strepen paprika nauwkeurig naar de rand van het bord schuift. ‘Ik vind jou lief!’ flapt hij eruit, terwijl hij zijn blote vingers aflikt en me met een tomatenpureegrimas aankijkt. Alles in mij wordt warm. Wat wilde ik hem ook alweer zeggen over vitamines in paprika’s en eten met een vork?

Zelf ben ik ook best goed in het uiten van mijn gevoel. Zelfs iemand met het empathisch vermogen van een koelkast kan aan mijn neus zien hoe mijn wind staat. Toch kan ik nog wel wat leren van deze kleine jongen. Hij is namelijk als een liefdevolle bries, terwijl mijn barometer vaak op noorderstorm staat. Omdat ik dan mijn emmer laat overlopen met muizenissen over rommel op de trap of een niet geleegde prullenbak.

Die liefdevolle bries vertelt zonder angst voor teleurstelling wat hij voelt: liefde. Voor zijn oma, voor de juf, voor zijn konijn, voor zijn buurjongen, voor mij. Stel nou dat alle mensen om deze jongen heen bereid waren zijn mooie eigenschap over te nemen? Dan zou de rommel op de trap veranderen in moderne kunst en de niet geleegde prullenbak in een bijzondere verzameling herinneringen. Dan zou zwart veranderen in wit. Donker in licht. De asociale tegenligger in een vriendelijke meeloper. Tegenwind in wind mee. Dan zou dat warme gevoel gaan stromen, van hart naar hart naar hart naar hart. Verder dan het briesje ooit zelf had gedacht te komen.

Ik schuif mijn paprika’s naar de rand van mijn bord, lik min vinger af en antwoord met een brok in mijn keel ‘ik vind jou ook lief.’ Het dringt tot me door, alles in mij wordt warm: vitamines zitten in heel wat anders dan in paprika’s.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.